030 - 820 00 20
Menu

Geplaatst: 16 april 2018

Vermijd 8% belastingrente op VPB-aanslagen

De Belastingdienst brengt – nog steeds – een belastingrente van maar liefst 8% in rekening op aanslagen vennootschapsbelasting. Als u die rentelast wilt vermijden moet uw BV tijdig aangifte doen, ofwel op tijd een voorlopige aanslag vragen. Belangrijke data zijn hier dat de belastingrente ingaat vanaf zes maanden na afloop van het belastingjaar. Voor BV’s met boekjaar gelijk aan het kalenderjaar begint de rente over 2017 te lopen vanaf 1 juli 2018. Heeft uw BV over 2017 winst gemaakt en nog geen voorlopige aanslag ontvangen? Dien dan een verzoek om een voorlopige aanslag in vóór 1 mei aanstaande.




Geplaatst: 10 april 2018

De bijtelling elektrische auto van de zaak wijzigt vanaf 2019

Met ingang van 1 januari 2019 wijzigen de bijtellingsregels voor “de auto van de zaak. Voor een elektrische auto geldt, afhankelijk van de cataloguswaarde, vanaf 2019 een hogere bijtelling.

Ten aanzien van de bijtelling voor de auto van de zaak zijn er op dit moment twee bijtellingscategorieën:

Bijtelling met ingang van 1 januari 2019

Werknemers met een elektrische auto met een waarde van meer dan € 50.000 krijgen vanaf 1 januari 2019 te maken met een gecombineerd bijtellingspercentage. Zij dienen 4% over de eerste € 50.000 bij te tellen en over het bedrag daarboven dienen zij 22% bij te tellen.

Tesla-taks

Wat betekent dit? Een werknemer / ondernemer met een Tesla Model S 75D met een cataloguswaarde van ongeveer € 95.000 betaalt in 2018 met 4% bijtelling afgerond ongeveer € 150 belasting netto per maand. In januari 2019 loopt dat bedrag op tot meer dan € 475 per maand.

Bijtellingspercentage vijf jaar vast

Het bijtellingspercentage staat voor 5 jaar vast, gerekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de eerste ingebruikname. Dat is de dag waarop het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Als die dag voor of op 31 december 2018 ligt, geldt het bijtellingpercentage van 2018 nog vijf jaar.

Als de overheid geen nieuwe voordelen voor elektrische auto’s introduceert, zal zakelijk rijdend Nederland naar verwachting straks weer massaal overstappen naar benzine of diesel.




Geplaatst: 27 maart 2018

Compensatieregeling vrouwelijke ondernemers

Al eerder hebben wij u gemeld dat vrouwelijke ondernemers die in de periode 7 mei 2005 tot en met 4 juni 2008 alsnog een zwangerschapsuitkering kunnen krijgen. Inmiddels is de regeling opengesteld en kan er vanaf 15 mei 2018 tot 1 oktober 2018 een beroep gedaan worden op deze regeling. In totaal kan maximaal € 5.600 uitkering gekregen worden (bruto) in 2019 en belangrijk is te weten dat betreffende uitkering tot het inkomen van 2019 wordt gerekend. De uitkering kan dan ook gevolgen hebben voor eventuele toeslagen etc.

De aanvraag moet worden gedaan bij het UVW en uiteraard kunt u met ons contact opnemen wanneer u vragen heeft.




Geplaatst: 14 maart 2018

Moet u ook Bitcoins of andere cryptocurrencies aangeven in box 3?

Binnenkort moet de aangifte inkomstenbelasting over 2017 weer worden gedaan. Heeft u belegt in cryptocurrencies en bent u op tijd  in- én ook weer uitgestapt dan hebben die munten u een flink bedrag opgeleverd. De koersexplosie het afgelopen jaar heeft veel beleggers winsten opgeleverd. De Belastingdienst wil ook er graag zijn deel van hebben. Als u als particulier ‘belegt’ heeft in de cryptocurrencies moet u die aangeven in box 3 als ‘overige bezittingen’. In de binnenkort in te dienen aangifte IB 2017 valt de schade nog wel mee: per 1 januari 2017 was de waarde van een Bitcoin circa € 900. In de IB-aangifte 2018 wordt dat veel meer betalen: eind vorig jaar was de koers van een Bitcoin circa € 12.000, een behoorlijke hogere waarde.

U dient belastingheffing in box 3 te betalen wanneer uw belastbare vermogen per 1 januari 2017 hoger is dan E 25.000 (met fiscale partner E 50.000).




Geplaatst: 7 maart 2018

Investeringsaftrek

Soms komt het voor dat u werkzaam bent in een samenwerkingsverband en zowel in de samenwerking als buiten de samenwerking om investeringen doet. Zeker in 2013 speelde dit vaak bij de aankoop door een maat van een maatschap van een milieuvriendelijke auto waar investeringsaftrek over geclaimd kon worden. De investeringsaftrek kan in zo’n geval op meerdere manieren berekend worden. Recent is er een uitspraak geweest van de belastingrechter die gunstig is voor belastingplichtigen.

De casus was als volgt. Een maatschap van 6 maten investeerde in dentale equipment voor € 40.517. Een van de maten had ook een milieuvriendelijke auto gekocht voor € 56.515. De belastinginspecteur berekende de investeringsaftrek als volgt: € 56.515 + € 40.517 = € 97.032 aan totale investeringen. Daarover krijg je € 15.470 investeringsaftrek en dat is 15,94% van de investering.De maat kreeg dat percentage aftrek over € 40.517 x 1/6 + € 56.515 en hij kwam daarmee uit op € 10.085 aftrek.De belastingadviseur had echter gezegd dat de totale investering van € 56.515 + 1/6 x € 40.517 op zichzelf recht geeft op € 15.470 aan investeringsaftrek volgens de daarvoor geldende tabellen.

In de procedure ging het om de wijze van berekenen. Is het systeem van de inspecteur leidend of het systeem van de belastingadviseur. Gelukkig kreeg de belastingadviseur gelijk omdat de wettekst op dit punt onvolledig is. Van helder berekende in dit soort gevallen ook altijd de aftrek op de meest gunstige wijze dus er is geen verdere actie nodig. Helaas heeft de staatssecretaris cassatie ingesteld tegen de uitspraak, zodra daar meer over bekend is zullen wij opnieuw informeren.




Geplaatst: 28 februari 2018

Wijziging regelgeving gemeenschap van goederen per 1 januari 2018

Bent u voornemens te gaan trouwen in gemeenschap van goederen dan zijn er met ingang van 1 januari 2018 een aantal belangrijke wijzigen in de wetgeving doorgevoerd. De belangrijkste wijzigingen vergeleken met de oude situatie zijn de volgende:

Allen het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt verworven en de schulden die tijdens het huwelijk worden aangegaan, vallen in de huwelijksgemeenschap. Er bestaan tijdens het huwelijk dan ook drie vermogens:

Het is voor de (aanstaande) echtgenoten van steeds groter belang om goed te administreren hoe goederen zijn gefinancierd en welke vordering er tussen de verschillende vermogens bestaan. Als partijen niet kunnen bewijzen aan wie een goed toebehoort, wordt het goed als gemeenschappelijk vermogen aangewezen.

Voor vragen kunt u uiteraard terecht bij uw adviseur bij Van helder.




Geplaatst: 22 februari 2018

Gebruikelijk loon medisch specialisten voor 2018 vastgesteld

De belastingdienst heeft het gebruikelijk loon van medisch specialisten in 2018 vastgesteld. Het gebruikelijk loon is €  130.950, eventueel verhoogd met de verplichte bijdrage aan het beroepspensioenfonds.

Om het gebruikelijk loon vast te stellen is de Belastingdienst  uitgegaan van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Voor medisch specialisten is dat het loon op basis van de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten (AMS). Deze regeling is onderdeel van de cao Ziekenhuizen 2017-2019.

Het loon voor een medisch specialist is volgens deze cao € 174.600. In dit bedrag is al rekening gehouden met de verhogingen per 1 juli 2017 en 1 juli 2018. Als de medisch specialist de verplichte bijdrage aan het beroepspensioenfonds zelf betaalt, wordt dit loon verhoogd met die bijdrage (=x).

Daarmee wordt het gebruikelijk loon voor een medisch specialist in 2018:

Een lager gebruikelijk loon is alleen mogelijk als daar een goede reden voor is. Bijvoorbeeld als er verschil in loon is op basis van anciënniteit of inschaling.

Voor cliënten van van helder geldt dat dit in overleg zal worden aangepast en dat de daarbij behorende voorwaarden in acht zullen worden genomen.




Geplaatst: 12 februari 2018

Geen handhaving van de Wet DBA tot 1 januari 2020

Op 9 februari 2018 hebben Minister Koolmees en Staatssecretaris Snel bekend gemaakt dat handhaving van de Wet deregulering arbeidsrelaties is opgeschort tot 1 januari 2020. Tot die tijd krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen boete of naheffingen als achteraf vastgesteld wordt dat de opdrachtnemer eigenlijk in dienstbetrekking werkte. De huidige situatie blijft dus tot 1 januari 2020 onveranderd.

De belastingdienst gaat echter wel handhaven bij opdrachtgevers die als “kwaadwillenden” beschouwd worden en kan aan die groep dus wel boetes en naheffingen opleggen. De belastingdienst moet dan bewijzen dat iemand in dienstbetrekking werkte en er bovendien sprake is van opzettelijke evidente schijnzelfstandigheid. Dit is een zware bewijslast voor de belastingdienst.

De periode tot 1 januari 2020 wordt door het kabinet gebruikt om meer duidelijkheid te geven over het begrip dienstbetrekking en om nieuwe wetgeving voor te bereiden omtrent de arbeidsrelatie tussen ZZP’ers en opdrachtgevers.

Praktijkhouders in de huisartsen- en mondzorg werken nu meestal samen met praktijkmedewerkers op basis van modelovereenkomsten van de beroepsverenigingen. Voor hen lijkt er tot 1 januari 2020 dus weinig te veranderen, tenzij men als “kwaadwillend” zou worden beschouwd. Op dit onderwerp komen wij bij de betreffende cliënten nog terug.  Ook voor praktijkmedewerkers verandert er tot 1 januari 2020 weinig, zij blijven geconfronteerd met het feit dat de belastingdienst hun aangifte achteraf toetst op de vraag of wel of niet sprake is van ondernemerschap.




Geplaatst: 27 oktober 2017

Compensatieregeling voor zwangere vrouwelijke ondernemers

Op 17 oktober 2017 heeft demissionair minister Asscher aan de Tweede Kamer laten weten dat hij een compensatieregeling gaat treffen voor vrouwelijke ondernemers die in de periode 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen van een kind. Het UWV moet deze compensatie gaan uitvoeren. Zodra de regeling is gepubliceerd moeten zelfstandigen die voor de uitkering in aanmerking komen, zich binnen drie maanden melden voor het verkrijgen van deze uitkeringen. De toezegging volgt op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 juli 2017. De CRvB heeft in deze tussenuitspraak bepaald dat compensatie noodzakelijk is op grond van internationale verdragsbepalingen.

Oude regeling Op grond van de toenmalige Wet arbeid en zorg (Wazo) konden zelfstandigen in verband met zwangerschap en bevalling een uitkering ontvangen. Deze wettelijke regeling werd op 1 augustus 2004 ingetrokken en bevatte overgangsrecht tot 7 mei 2005. Met ingang van 4 oktober 2008 is een vergelijkbare regeling getroffen in de Wet zwangerschap- en bevallingsuitkering Zelfstandigen (ZEZ). In de periode tussen beide regelingen was er echter in het geheel regeling getroffen voor zelfstandigen in verband met zwangerschap en bevalling. Het ontbreken van een regeling bleek echter een schending op te leveren van het VN-vrouwenverdrag. De CRvB heeft dit in haar uitspraak bevestigd en vastgesteld dat er een compensatie moet worden gegeven. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal nu een regeling gaan vormgeven, waarbij deze zelfstandigen alsnog een uitkering kunnen ontvangen van € 5.600.




Geplaatst: 17 oktober 2017

Prinsjesdag 2017

Op de derde dinsdag van september 2017 heeft Koning Willem-Alexander de Troonrede uit gesproken. Hierbij zijn de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingpakket voor 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Register Belastingadviseurs heeft daarom een Prinsjesdagspecial opgesteld met daarin het Belastingplan 2018. Hierin staan de wijzigingen omtrent jurisprudentie, Europese regelgeving en eerder aangekondigde maatregelen.