030 - 820 00 20
Menu

De fiscus zal rekening-courant positie DGA in de toekomst kritischer beoordelen

29 mei 2018

Uit openbaar gemaakte documenten blijkt hoe de Belastingdienst omgaat met een lening van de DGA van zijn BV.

Beoordeling geldlening
Waar kijkt de Belastingdienst naar om te beoordelen of de lening realiteitswaarde heeft? Wanneer loopt de directeur-grootaandeelhouder (DGA) het risico dat de Belastingdienst het standpunt inneemt dat er feitelijk geen sprake is van een geldlening maar een dividenduitkering? Wanneer is er sprake van een onzakelijke lening?

De Belastingdienst kijkt bij de beoordeling van de geldlening naar het volgende:

  • Wanneer moet de lening uiterlijk worden afgelost en is er een aflossingsschema?
  • Zijn er zekerheden verstrekt (dit is vooral van belang bij langer lopende geldleningen)
  • Loopt de vordering van de BV verder op?
  • Welke maatregelen neemt de BV als schuldeiser om haar vordering te innen?
  • Wat is de marktwaarde van de onroerende zaken die als zekerheid worden verstrekt voor de geldlening
  • De leeftijd van de directeur grootaandeelhouder
  • Het inkomen van de DGA
  • Overige financiële verplichtingen DGA

Voorkomen dat de Belastingdienst een uitdeling/dividenduitkering stelt?

Wil de Belastingdienst een uitdeling/dividenduitkering kunnen stellen, dan geldt er een dubbele bewustheidsvereiste. Dat betekent dat de BV de DGA heeft moeten willen bevoordelen in de hoedanigheid van aandeelhouder en de DGA moet het voordeel hebben aanvaard. De bewijslast hiervoor ligt bij de Belastingdienst. Het zal niet altijd eenvoudig zijn voor de Belastingdienst om deze dubbele bewustheidsvereiste aannemelijk te maken bij verstrekte geldleningen die in de ogen van de Belastingdienst een dividenduitkering betreffen. Eventueel kan de Belastingdienst bij het opleggen van navorderingsaanslagen een boete opleggen.

Het is belangrijk om een eventuele discussie met de Belastingdienst voor te zijn, door de administratie ten aanzien van de verstrekte geldlening goed op orde te hebben. Zorg voor een leningovereenkomst en kijk ook naar de gemaakte afspraken. Gebruik daarbij de hiervoor genoemde opsomming van punten die de Belastingdienst beoordeelt. Bedenk ook of een bank ook onder dezelfde voorwaarden de lening had willen verstrekken. Wellicht is de conclusie dat het verstandig is om de leningsvoorwaarden op onderdelen aan te passen. Dat kunt u beter nu doen, dan afwachten tot de Belastingdienst vragen gaat stellen en standpunten gaat innemen.

Delen op social media: