De invoeringstoets openbare jaarverantwoording door zorgaanbieders geeft een te rooskleurig beeld van de praktijk
Op 11 mei 2026 stuurde de minister voor Langdurige Zorg, Jeugd en Sport de “invoeringstoets openbare jaarverantwoording door zorgaanbieders” naar de Kamer. De minister concludeert daarin dat de openbare jaarverantwoording inmiddels proportioneel is ingericht en er een balans is gevonden tussen administratieve lasten en maatschappelijke baten. Praktijkhouders in de eerste lijn ervaren het tegenovergestelde is mijn ervaring.
De conclusies van de minister geven een te rooskleurig beeld van de praktijk. En opvallend is dat de commissie jaarverantwoording die een grondige evaluatie zou uitvoeren, inmiddels is geschrapt. De conclusies van de minister zijn daarom alleen gebaseerd op een invoeringstoets die slechts beknopt en laagdrempelig onderzoek doet.
In onze praktijk zien wij dagelijks waar het nog wringt en waar aanpassingen belangrijk zijn:
- de aanlevertermijn van 1 juni is structureel niet haalbaar;
- accountants hebben veel werk aan de verplichte commerciële grondslagen;
- de volledige openbaarmaking wringt met privacy;
- de vragenlijsten zijn onnodig complex en tijdrovend;
- ook slechts deels publiek gefinancierde zorg zoals de mondzorg valt volledig onder de regeling.
In het bijgevoegde artikel gaan wij hier uitgebreider op in.
