030 - 820 00 20
Menu

Uitspraak Hoge Raad box III

2 februari 2022

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de heffing in box III over de jaren 2017 en 2018. De Hoge Raad is van mening dat het forfaitaire heffingspercentage in strijd is met Europese Recht. Het ging om een belastingplichtige die met name spaargeld in box III had en daarover geen rendement maakte, terwijl er voor de heffing in box III een rendement verondersteld werd. De Hoge Raad heeft direct rechtsherstel geboden en de aanslag aangepast naar het daadwerkelijke genoten rendement.

Inmiddels heeft Staatssecretaris Van Rij besloten om geen nieuwe (definitieve) aanslagen meer op te leggen waar box III in betrokken is in afwachting op een aan te passen regeling. Ook gaat hij de komende weken nader in op te nemen besluiten over:
– De doelgroep voor rechtsherstel. Het is namelijk de vraag of iedereen die in 2017 en 2018 box III heffing heeft betaald recht heeft op compensatie, of alleen degene die actief bezwaar hebben gemaakt.
– De definitie van werkelijk rendement (horen hier bijvoorbeeld ook koerswinsten op effecten bij, waardestijging van woningen, welke kosten mag je wel en niet toerekenen etc.).
– Hoe het rechtsherstel wordt uitgewerkt (teruggave in een keer, correctie in een nieuwe aangifte etc).
– Eventuele noodwetgeving omdat het huidige stelsel niet langer houdbaar is.

In de meeste gevallen is er naast spaargeld in box III ook ander vermogen aanwezig. In dat geval is de impact van het arrest kleiner omdat met ander vermogen dan spaargeld in de jaren 2017-2020 vaak een goed rendement is gemaakt (denk aan onroerend goed, effecten). Met die rendementen wordt bij de berekening van de definitieve heffing in box III naar verwachting ook rekening gehouden. Hoe de berekening er precies uit zal komen te zien is echter nog niet duidelijk. Zodra daarover meer bekend wordt, laten wij u het weten.

Delen op social media: